Om als geld te kunnen functioneren binnen een economie, moet een ruilmiddel aan twee hoofdeisen voldoen: het moet bepaalde functies vervullen en bezitten over een reeks specifieke kenmerken (eigenschappen).

1. De 3 Functies van Geld

Iets is pas functioneel geld als het alle drie de volgende rollen vervult:

  • Ruilmiddel (of betaalmiddel): Het maakt de rechtstreekse ruil van goederen en diensten overbodig. Je hoeft niet meer te zoeken naar iemand die jouw specifieke product wil hebben in ruil voor het zijne.
  • Rekeneenheid: Het dient als maatstaf om de waarde van verschillende goederen en diensten met elkaar te vergelijken (bijvoorbeeld prijzen uitgedrukt in euro’s).
  • Pot voor waardevastheid (spaarmiddel): Het maakt het mogelijk om koopkracht te bewaren voor de toekomst zonder dat het fysiek bederft.

2. De 6 ESSENTIËLE Kenmerken van Geld

Om de bovenstaande functies goed uit te kunnen voeren, moet het materiaal of systeem aan deze fysieke en praktische eisen voldoen:

  1. Algemene acceptatie: Mensen moeten er vertrouwen in hebben dat anderen het aanvaarden als betaling. Vertrouwen is het allerbelangrijkste fundament van geld.
  2. Schaarsheid: Geld moet een beperkte aanvoer hebben. Als iedereen het eenvoudig kan bijmaken of oprapen (zoals kiezelstenen), verliest het direct zijn waarde (hyperinflatie).
  3. Deelbaarheid: Het moet gemakkelijk in kleinere eenheden opgedeeld kunnen worden om transacties van verschillende groottes (van een brood tot een auto) mogelijk te maken.
  4. Duurzaamheid: Het materiaal mag niet snel slijten, verrotten of vergaan (daarom werken appels of vissen niet als geld).
  5. Draagbaarheid: Het moet eenvoudig mee te nemen en over te dragen zijn (hoge waarde t.o.v. het gewicht/omvang).
  6. Homogeniteit (vervangbaarheid): Elke eenheid moet identiek zijn aan een andere van dezelfde waarde (één euro is exact evenveel waard als een andere euro).