Een geldgever zal eerst dan bereid zijn om enige afstand te doen van financiële middelen, indien er een vergoeding aan intrest tegenover staat. Dit heet de ’tijdsvoorkeur’ van geld. Hoe langer de periode, hoe meer intrest verschuldigd is. Er is sprake van enkelvoudige intrest indien de intrest steeds wordt berekend over het oorspronkelijk bedrag. De in rekening gebrachte intrest is zelf niet rentedragend. In het geval van samengestelde intrest wordt de in rekening gebrachte intrest ook rentedragend.

De verrekening van intrest kan op verschillende tijdstippen gebeuren. Aan het einde van de periode (intrest) of aan het begin (disconto).

Een bijzondere variant van rente is de zgn. ‘eeuwigdurende rente’. Hiermee wordt een bedrag bedoeld dat periodiek tot uitkering komt zonder einddatum. Vraag: wat is de contante (huidige) waarde van een eeuwigdurende rente van jaarlijks € 800 met een rentevoet van 5% per jaar. Antwoord: € 800 / 0.05 = € 16.000

